Salvador Dali (1904 – 1989)

Salvador Dali en het surrealisme vormen een eenheid. Geboren in 1904 in Figueres, bleek de notariszoon al heel jong een groot talent te hebben voor schilderen. Als veertienjarige stelde hij al enkele schilderijen tentoon op een expositie van plaatselijke kunstenaars, die in de stadsschouwburg van zijn woonplts werd gehouden. Het ligt voor de hand dat hij carrière zal maken als kunstenaar. In 1921 gaat hij naar Madrid, maar de studie aan de academie San Fernando voor beeldende kunst weet hem maar matig te boeien – de lesfabriek is hem, artistiek gesproken, te conservatief.

Zijn kennismaking met de latere toneelschrijver en dichter Federico Garcfa Lorca alsook met de surrealistische regisseur bij uitstek, Luis Bunuel, zijn van veel groter belang voor zijn ontwikkeling. De rebelse Dali wordt in 1924 van de Academie gestuurd en door zijn aandeel in een studentenopstand belandt hij zelfs in de gevangenis. Nauwelijks een jaar na zijn hechtenis exposeert hij een aantal werken bij een galerie in Barcelona. Hiermee weet hij de belangstelling te wekken van Picasso en Miró. Dali is dan echter nog niet de surrealist zoals wij die kennen. In die periode schildert Dali veel, publiceert zijn eigen teksten en wordt, nadat hij zijn professor de deskundigheid om hem te beoordelen heeft ontzegd, tenslotte definitief van de academie verwijderd.

Nadat hij zijn militaire dienstplicht heeft vervuld, gaat hij naar Parijs om met Bunuel diens draaiboek ‘Un chien andalou’ te verfilmen. Dankzijk Miró komt in contact met de surrealisten Arp en Magritte, en niet lang daarna ook met André Breton en Pablo Picasso. Het jaar 1929 zou een keerpunt in zijn leven worden: in het surrealisme vindt hij de spirituele kern van zijn kunst. Bovendien leert hij de Russin Elena Diakonova kennen, die als Gala de ‘muze der surrealisten’ zou worden en die van toen af aan bij Dali is gebleven.

De surrealisten hadden geen vertrouwen in Dalf maar ondanks dat zij met hem hadden gebroken en hem formeel uit de beweging haden gestoten, in 1934, mocht hij wel aan hun exposities deelnemen. Dalf zelf behoefte aan publiciteit. Hij die zichzelf zo graag opwierp als de excentriekeling bij uitstek, als exhibitionist, als de extravagante, choquerende figuur die hij was, verhief de hele wereld tot schouwtoneel. Zijn levensprincipe werd de ‘paranoïci-kritische methode’. Alleen de van de rede bevrijde geest is in staat zich over te geven aan de wildste ingevingen, aan de irrationaliteit van de gedachten. Het uitgangspunkt van zijn manier om ‘inspiratie af de dwingen’ (Max Ernst) vond hij in een vroege kennismaking met het werk van Freud. Al op zijn 21e leest hij het sleutelwerk van de psychoanalyse – De Traumdeutung – van Sigmund Freud. Maar Dali interpreteert niet alleen zijn dromen, hij interpreteert alles om hem heen, alle voorwerpen uit het dagelijks leven, hoe banaal ook. Voor hem bestaat de wereld uit simulatie, uit dubbelzinnige beelden, waarin dromen en hallucinaties evenzeer hun plaats hebben als zijn obsessie voor de dingen van alledag.

Zijn kunstzinnige experimenten met stofuitdrukking en verfhuid en al zijn verdere kunstzinnige vaardigheden stelt hij rechtstreeks ten dienste van zijn ‘waan’. Zijn hele scala aan expressievormen, zijn trompe-l’ceil-schilderijen, de collages, zijn voorliefde voor kleurenlithografie en zijn ready-made-objecten hebben alle tot doel de volmaakte illusie op te roepen. Het is de ‘concrete irrationaliteit’ (Dali die de toeschouwer uit zijn evenwicht moet brengen en moet choqueren. Het surrealisme was voor Dali nooit een kwestie van kwaliteit en kwantiteit doch altijd slechts een kwestie van authenticiteit.

Zijn schilderijen, grafiek en objecten zijn voor hem documentatie die zijn ideeën moet veraanschouwelijken. De vanuit zijn gezichtspunt al vergevorderde neergang van de metafysica, waaronder de westerse religie, diende volgens hem te worden ingevuld met een gevoels- en fantasieleer. 1 zoverre behelzen zijn werken dan ook altijd een boodschap – zijn met exacte penseelstreken op het doek aangebrachte droombeelden boodschap – zijn met exacte penseelstreken op het doek aangebrachte droombeelden

Naar aanleiding van de grote surrealisten-tentoonstelling in 1936 in Londen, zou Dali een voordracht verzorgen. Gekleed in duikerskostuum betrag hij het auditorium. Toen men hem vroeg ‘Hoe diep wilt u duiken’ antwoordde hij ‘Heel diep, tot in het onbewuste’.